1 - Wat is Marketing?
2 - Consumentengedrag
3 - Marketingomgeving
4 - Marktonderzoek
5 - Marktsegmentatie
6 - De strategische ondernemingsplanning
7 - De marketingplanning
8 - De marketingorganisatie
9 - Product en assortiment
10 - Merkenbeleid
11 - Productontwikkeling en de productlevenscyclus
12 - Groothandels- en detailhandelsmarketing
13 - Handelsbedrijven
14 - Fysieke distributie
15 - Distributiebeleid
16 - Strategische prijsbeslissingen
17 - Tactische prijsbeslissingen
18 - Promotie
19 - Reclame
20 - Persoonlijke verkoop
21 - Sales promotion, public relations en sponsoring
22 - Direct marketing
23 - Businessmarketing
24 - Dienstenmarketing
25 - Not for profit marketing
26 - Citymarketing

1 - Wat is Marketing?

1.1 - De markt is je uitgangspunt

Wat zijn de overeenkomsten tussen deze vijf voorbeelden:

  • Eetcafé The Student maakt een internationale menukaart.
  • Portimporteur De Jeude opent de webshop “Port Portal”.
  • Automerk Lancia adverteert op de radio tijdens de avondspits.
  • Ziekenhuis De Zeistkliniek houdt een sponsoractie.
  • Zwemtrainer Thea van de Water verhoogt haar uurtarief.

Ze hebben alle vijf te maken met klanten, gebruikers, de markt. Al deze grote en kleine ondernemers maken keuzes over hun relatie met die markt: ze doen iets wel, ze doen iets niet meer, ze veranderen hun prijs, hun aanbod, hun reclame, enzovoort. Hun keuzes zijn marktgericht. In Nederland noemen we de mensen die zulke keuzes maken vaak marketeers (het is nep-Engels, “marketers” is Engels), en marketing is hun vak.

Marketing is een manier van denken en werken waarbij je keuzes maakt met de markt als uitgangspunt. Marketeers zoeken en geven antwoord op de vraag:
  • Welke groep mensen heeft een behoefte die ik kan vervullen?
  • Welk product kan ik maken dat die behoefte vervult?
  • Op welke plek kan ik mijn product aanbieden?
  • Op welke manier kan ik mijn aanbod bekend maken?
  • Wat vinden mensen die geen klant zijn waardevol aan ons bedrijf?
  • Wat is een geschikte prijs om te vragen?

In marketing gaat het om het ruilen van het ene tegen het andere. Meestal gaat het om geld (van de klanten), dat wordt geruild tegen goederen of diensten (van de onderneming). Het ruilen heet ook een ruiltransactie, of kortweg: transactie.





Het ruilen met geld ken je maar al te goed als consument. Je koopt spullen in de winkel of on-line, je laat je een dienst leveren in een restaurant of een zwembad. Of je gaat naar een school met een opleiding die bij je past. Sommige organisaties willen winst maken (die noemen we: ondernemingen, bedrijven). Maar er zijn ook organisaties die moeten zorgen dat ze niet of niet te veel verlies maken (die noemen we instellingen, bijvoorbeeld scholen, ziekenhuizen, zwembaden, die vaak subsidie krijgen van de overheid om er voor iedereen te zijn).

Of een organisatie nu op winst gericht is of niet, marketing is vaak onmisbaar om te kunnen bestaan en nuttig te zijn voor de mensen aan wie je iets levert. In dit boek hebben we het meestal over ondernemingen of bedrijven, maar we bedoelen alle organisaties die marketing gebruiken.

Marketing is dus een activiteit van kleine en grote organisaties die ervoor zorgt:
  • dat de ruiltransacties goed verlopen;
  • dat er genoeg transacties zijn om winst te maken en/of te kunnen voortbestaan;
  • dat iedereen tevreden is met de transacties;
  • dat ze steeds blijven plaatsvinden.

Omdat jij als klant kan kiezen wat je koopt, is het belangrijk dat marketeers zorgen voor een aanbod dat aantrekkelijk is. Het moet anders of beter zijn dan wat er al wordt aangeboden. Een bedrijf kan zich op veel manieren onderscheiden van de andere aanbieders, de concurrenten:
  • Met andere producten (bijv. een toeristenmenu)
  • Op andere plekken verkopen (bijv. een webshop)
  • Aantrekkelijker adverteren (bijv. met humor)
  • Beter in de samenleving passen (bijv. zorgvuldig omgaan met het milieu)
  • Goedkoper, of duurder, of makkelijker aan te schaffen
  • Je richten op “vergeten” groepen, voor wie er nog niets is

Wat is nu “de markt”? Dat zijn de mensen die een bepaalde behoefte hebben, waarvoor ze iets zouden willen kopen. Andere veelgebruikte woorden voor “de markt” zijn:
  • De klanten
  • De consumenten
  • De afnemers
  • De eindgebruikers
  • De gebruikers

Samengevat: Voor een marktgerichte aanpak ontwikkelt de onderneming activiteiten. Eerst wordt onderzocht aan welke producten de consumenten behoefte hebben. Dan worden deze behoeften vertaald in concrete producten. Vervolgens gaat de onderneming die producten produceren. Daarna moet men de consumenten informeren over die producten. Ten slotte is het de bedoeling dat de producten rechtstreeks of via de tussenhandel bij de consumenten terecht komen.




De gele kippen
Een groep grote graanverbouwers in de Verenigde Staten merkte dat hun granen in Zuid-Amerika weinig verkocht werden als kipenover. Ze lieten marktonderzoek doen naar de vraag: waarom zo weinig? De reden was dat de mensen in Zuid-Amerika graag kippenvlees eten dat mooi geel is. Ze voeren hun kippen daar met maïs, dan het wordt het kippenvlees geel. Maïs is nogal duur, maar met andere, goedkopere granen krijg je bleek kippenvlees en dat lusten ze daar niet. Zij zijn overtuigd dat bleke kippen zieke kippen zijn.
Toen volgde een staaltje marktgericht denken. De graanverbouwers in de VS gingen op grote schaal afrikaantjes verbouwen, plantjes met oranje-gele bloemetjes. De bloemen worden gedroogd en vermalen tot een geel poeder dat voor kippen en mensen onschadelijk is. Dit poeder mengen ze met goedkoop graan. En kijk: door het eten van dit gele voer wordt het kippenvlees ook geel. Hij lijkt dus net zo gezond als een kip die met maïs is gevoerd. Nu eet de Zuid-Amerikaan het met smaak.
Bron: diverse bronnen.






Reacties

Er zijn nog geen reacties.
 Meld je aan met LinkedIn om te reageren